Nicotine vernauwt de bloedvaatjes in het tandvlees. Daarmee onderdrukt roken de verschijnselen van een tandvleesontsteking. Het ontstoken tandvlees van rokers bloedt minder snel dan van niet-rokers. Daarom zijn tandvleesontstekingen bij hen moeilijker te ontdekken. De vernauwing van de bloedvaten zorgt er ook voor dat de doorbloeding van het tandvlees geringer is. Hierdoor neemt de afweer tegen bacteriën in de tandplak af. Ook beïnvloedt roken de wondgenezing negatief.